Diptrip


Er zijn dagen dat je er geen vertrouwen in hebt, dat je voelt dat je beter thuis kunt blijven. Toch ga ik vanavond op pad, pik ik verschillende vrienden op, sta ik met tijdsdruk in de file en komen we veel te laat op de Veluwe aan.
  Vogelaars op de terugweg melden dat ze nog rondvloog, het vrouwtje steppenkiekendief op het Deelense Veld. 'Goed te zien man', ratelt er eentje ongevraagd, 'je kijkt recht in d'r cloaca'. Geen fris idee, maar wel een indicatie dat je dichtbij kunt komen, misschien zelfs kunt fotograferen. Dus gauw tempo maken op de witte fietsen.
  Ruim twee uur staan we op de gewezen plaats. Wat vrouwtjes bruine kiekendief, twee jagende boomvalken, en een hazelworm ter grootte van een flinke regenwurm. Maar zowel de steppenkiekendief als de al weken aanwezige slangenarend zijn waarschijnlijk al lang onder zeil. Met een ondergaande zon én stemming blazen we de aftocht.
  Veel beter wordt het die avond niet. De nachtzwaluwen laten zich niet horen, ook geen wilde zwijnen te zien. De kwartels in de Flevopolder zijn misschien al verder getrokken. Wel twee roepende kwartelkoningen, van de oorspronkelijke veertien. De grote karekieten bij het Naardermeer zwijgen. Tienhoven proberen we niet eens meer, en weinig voldaan om drie uur in de ochtend naar bed, met het heilige voornemen deze trip vooral niet te herhalen.
  En dan de verzachtende werking achteraf, wanneer de steppenkiekendief alsnog gewoon een grauwe blijkt te zijn.