Strandlopers


Langzaamaan begin ik me tamelijk bedrogen te voelen. Een paar avonden heb ik me thuis verdiept in de avifauna van Canada, twijfelend waar ik precies heen zou gaan, zoekend naar een bestemming op een halve dag rijden van Ontario. In een verslag werd hoog opgegeven van de stranden met steltlopers aan Lake Erie, die langs Lake Ontario nagenoeg zouden ontbreken. Lake Erie dus.
  Meermaals bekruipen me gevoelens van spijt als ik het reusachtige meer aandoe en tussen luxe huizen door op volkomen verlaten snippers strand kijk en op de onafzienbare maar al even lege watervlakte die zich daarachter uitstrekt. Waar zitten die rotbeesten? Wat doe ik hier in godsnaam?
  Een smal rotsstrandje in de bocht van de kustweg biedt enig soelaas. Daar valt mijn oog op een statige kildeerplevier die zich alarmerend een eind uit de voeten maakt zodra ik uit de auto stap. Eindelijk, een steltloper.
  Langzaam betreed ik de massief stenen vloer met in de ruwe scheuren en barsten blauwe zoetwaterkreeften en talloze waterkevers. Langs de rand ligt een wollige deken van groene algen, die een kleinste strandloper heeft verleid.
  De kleine vogel laat zich urenlang goed bekijken en foerageert tussen mijn voeten. Op een zeker moment zet hij zijn veren op als een ragebol en keert zich ondersteboven en binnenstebuiten om zijn contrastrijke rugveren te kunnen poetsen. Hij schudt zich uit als een natte hond en foerageert rustig verder.