Op rij


Na een gordel van vliegdennen ronden we een blinkend witte zoutberg, waarop een trotse Portugese vlag prijkt. We zijn nog nauwelijks een kilometer verwijderd van het vliegveld van Faro. Amon zit tevreden spinnend op de achterbank van het busje met zijn eerste nieuwe soort al op zak, een blauwe ekster.
  Aan de linkerkant van de dijk passeren we een ingedroogde zoutpan gevuld met grillige, ruwe sculpturen, opgebouwd uit glinsterende zoutkristallen, als een kostbaar dagzomend winbaar erts. Verderop passeren we een lage legakker die nog net onderwater staat, waarop over de hele lengte audouins meeuwen met de poten in het zoute nat staan.
  De dijk maakt een haakse bocht naar rechts en we stuiten op enkele onverzettelijke werklieden die met dreigende bulldozer en graafmachine werkzaamheden verrichten aan onze dijk en geen enkele neiging vertonen ons doorgang te verlenen. Feitelijk bevinden we ons zonder toestemming op privéterrein dus ze hebben een punt; we blazen nederig de aftocht.
  Onverschrokken stuurt Jeroen de bus in zijn achteruit terug over de smalle dijk en, na een hachelijke draai in de bocht, in zijn voorruit, opnieuw richting audouins meeuwen. De aanhoudende miezer heeft zojuist plaatsgemaakt voor een bleek zonnetje en we besluiten tot een fotopoging.
  Het busje kruipt langzaam richting meeuwen, Steve en ik sluipen er verdekt naast om ze vooral niet te verjagen. We tellen en fotograferen honderdvijfendertig meeuwen op rij.