Ana


De verschijning van de Portugese zeegids Ana laat onze groep niet onberoerd: klein van stuk, kort gebroekt, scherp gelaat. Heimelijk worden goedkeurende blikken uitgewisseld en voor sommigen is de tocht al geslaagd nog voordat we ook maar een voet aan boord hebben gezet.
  Ze hijst ons in hoekige reddingsvesten en we volgen haar als bedwelmd naar de houten aanlegsteiger aan de andere kant van de besloten haven van Sagres, waar de schipper met zijn oranje zodiac al ligt te wachten.
  Ik kijk met gemengde gevoelens naar de flitsende rubberboot en vraag me af of de tocht niet veel weg zal hebben van een goedkope toeristische attractie. In de kuip lopen van voor naar achter twee parallelle rubberen opblaasbanen, waarop je schrijlings plaatsneemt tegen een verchroomde rugleuning. Het doet me denken aan zo'n opblaasbanaan met badgasten die achter een snelboot wordt rondgesleurd.
  Mijn scepsis vervliegt wanneer we met vijftig kilometer per uur de oceaan op knallen, bonkend over de golven, en ik besef dat dit soort bootjes vooral door reddingsbrigades wordt gebruikt.
  De mooie Ana informeert regelmatig naar ons welbevinden en strooit brokken informatie in het rond over de pijlen (grote, vale, kuhls, noordse, kleine) die op de vissersboten afkomen. Menigeen probeert bij haar in het gevlij te komen door het stellen van quasi-interessante vragen die zakelijk en professioneel worden afgehandeld. Ze toont ervaring met mannen van middelbare leeftijd.