Ondiep


We varen de haven uit van Tarragona (Spanje). Tientallen geelpootmeeuwen en kleine mantels op de steigers, een pedante audouins houdt overzicht vanaf een hoge lantaarnpaal.
  Één van de opvarenden blijkt een voormalige directeur van de Llobregat Delta. Zijn reactie op de vliegtuigherrie: 'niets is perfect'. Hij is allang blij dat er iets is behouden van het oorspronkelijke natuurgebied, ondanks de aanleg van het alles overheersende vliegveld. En dat sommige verdreven soorten lijken terug te keren. Zo was de roerdomp sinds de aanleg als broedvogel verdwenen, maar wordt deze de laatste jaren toch weer waargenomen. De kwak is al eerder teruggekeerd.
  Maar goed, het gaat vandaag om zeevogels. In de haven sluiten geelpootmeeuwen bij ons aan, plus twee visdieven. Later volgen zwartkopmeeuwen. Ook begeven zich regelmatig audouinsmeeuwen in de langgerekte vogelwolk boven ons kielzog.
  Plotsklaps duikt er vanaf de rechterzijde (stuurboord, bakboord, ik kan het nooit onthouden) een pijlstormvogel het water in. Hij gaat kopje onder om een stuk vis uit het water te plukken. Daarbij gaat hij zo weinig diep dat zijn vleugels nog riant boven het water uitsteken. Hierdoor is nog net de kenmerkende ondervleugel te zien, met de witte vlaggen op de handpennen en de extra handpenvlek.
  Hoewel, kenmerkend? Dit zou deze scopoli's pijlstormvogel moeten onderscheiden van de kuhls pijlstormvogel, maar sommige experts beschouwen ze als één en dezelfde soort.