Overwinnen


De kuifduiker zit nog altijd langs de Zuidpier. Ditmaal zit hij niet pas na de bocht aan de binnenzijde, maar direct na het strand aan de buitenzijde. De wind komt uit het noorden waardoor het fuutje nu in de luwte verkeert, op zeer bedaard water.
  Over de rand van pier klauter ik omlaag tot op het drooggevallen wier dat als een groene vacht op de sterk verweerde blokken groeit. Het is laag water. Om steun te zoeken voor de camera kan ik het beste ongemakkelijk gaan liggen met pijnlijke rotspunten in mijn rug of zij. Nu heb ik spijt dat ik vanmorgen geen oude weerbare kleding heb aangetrokken.
  Afijn, de kuifduiker foerageert dicht langs de pier op donderpadjes en grondels. Dicht voor de camera ook. Hij heeft een strakke yin en yang scheiding tussen zijn witte wang en zwarte kopkap. En een verschrikt robijnrood oogje met een donkere pupil.
  Verderop zwemt een man eider in prachtkleed. Die is redelijk schuw. Hij onderneemt pogingen om richting pier te zwemmen, waar het ook voor hem goed foerageren is, maar hij schrikt terug voor iedere fietser of wandelaar die voorbij komt. En dat zijn er nogal wat op zaterdag met bijna zomers weer. Uiteindelijk komt hij toch.
  Nog schuwer is een vrouwtje grote zee-eend dat zojuist is komen aanvliegen en van grote afstand de pier onderzoekend gadeslaat. Ook zij verlangt naar de prooien die zich ophouden nabij de betonnen blokken. En ook bij haar wint uiteindelijk het verlangen van de angst